Spinoza en de moderne emotiewetenschap

Op mijn coaching-blog schreef ik over Lisa Feldman Barrett en de geconstrueerde emotie. Daar dook, achter de hedendaagse emotiewetenschap, een veel oudere figuur op: Baruch Spinoza. Dit onderwerp werk ik hier verder uit.

emotie cognitie affect

Barretts kernclaim is dat een emotie een lichamelijke toestand is, samen met een idee (cognitie) van de betekenis van die toestand. Dit concept bracht Spinoza al in 1677 in kaart, in het derde deel van de Ethica. In deze blog kijk ik naar wat hij precies onder een affectus verstond. Ook bekijk ik waarom die zeventiende-eeuwse omschrijving verrassend dicht bij de moderne emotiewetenschap ligt, en waar de twee juist verschillen.

Wat is een affectus?

Spinoza definieert de affectus (in de vertaling van Van Suchtelen: de aandoening) in deel III, definitie 3. Een affectus is een verandering van het lichaam waardoor het vermogen van dat lichaam om te handelen toeneemt of afneemt, bevorderd of belemmerd wordt. Tegelijkertijd is hier ook sprake van het idee van die verandering. De affectus komt daarmee sterk overeen wat Barrett en de moderne emotiewetenschap een emotie noemt. Een emotie heeft altijd een lichamelijke en een cognitieve kant.
Let op: De affectus van Spinoza is dus niet het affect bij Barrett, maar de emotie bij Barrett!

Twee dingen vallen daaraan op. Ten eerste is een affectus nooit alleen een lichamelijk voorval, het idee ervan hoort er onlosmakelijk bij. Ten tweede gaat het om een verandering van vermogen: een affectus beweegt je ergens heen, omhoog of omlaag.

Spinoza onderscheidt daarbij de lichamelijke inwerking (affectio) van de aandoening (affectus) als geheel. De inwerking is wat het lichaam ondergaat; de affectus is die inwerking mét het idee ervan. Precies die tweeledigheid, lichaam en idee samen, is wat Barrett in andere woorden terugvindt: affect (het lichaam) en het concept (het idee) vormen samen één ervaring.

Lichaam en idee zijn één

Dat “samen” is bij Spinoza geen toevoeging maar een grondgedachte. In deel II stelt hij dat de orde en samenhang van de ideeën dezelfde is als de orde en samenhang van de dingen (deel II, stelling 7). Geest en lichaam zijn niet twee zaken die op elkaar inwerken, maar één en hetzelfde, opgevat onder twee gezichtspunten: als uitgebreidheid (lichaam) of als denken (idee) (deel III, stelling 2, opmerking).

Een affectus is daarom geen gevoel waar je achteraf een woord op plakt. Het lichamelijke en het begrepene zijn twee kanten van dezelfde gebeurtenis. Hiermee verdwijnt bij voorbaat het stereotype van de rede tegenover de hartstocht, of de emotie als een beest dat het verstand moet temmen.

Affect en emotie

Barrett beschrijft ons affectief realisme. We zien onze eigen emotie voor een eigenschap van de wereld aan. Een katje “is” voor ons schattig, terwijl de waarneming van schattig in ons zelf zit (genetisch en door leerervaring bepaalt) en niet in het katje. Het verschijnsel affectief realisme treedt vooral op wanneer ik de oorzaak van mijn gevoel niet ken. Dan behandel ik het affect als informatie over de wereld in plaats van als mijn ervaring van de wereld.

Spinoza kent een verwant onderscheid, maar langs een andere lijn.

Een affectus is lijdend (genoemd een passie) wanneer wij er slechts de gedeeltelijke oorzaak van zijn en het idee ervan verward blijft. Een affectus is zogenaamd werkzaam wanneer wij de toereikende oorzaak zijn en het idee helder is (deel III, definitie 2). Passies overkomen ons; ze komen grotendeels van buiten. Het gaat Spinoza dus niet, zoals bij Barrett, bij emotie om cultureel gevormde concepten, maar om de helderheid van het idee: ben ik de oorzaak, of ondergaat mijn lichaam iets waarvan ik de samenhang niet doorzie?

Begrijpen is veranderen

Achter in de Ethica staat: een affectus die een “lijding” is (= ons overkomt) , houdt op een “lijding” te zijn zodra wij ons er een helder en welonderscheiden idee van vormen (deel V, stelling 3). Een lijding begrijpen is haar veranderen: van iets dat ons overkomt naar iets waarvan wij de oorzaak mede kennen.

Barrett komt langs de weg van de neurowetenschap op een naburig punt uit met wat zij emotionele granulariteit noemt: wie fijnere onderscheidingen maakt tussen gevoelens, reguleert soepeler. Een preciezer idee is meer dan een nauwkeuriger etiket; het opent ruimte om te handelen. Dat is Spinoza’s inzicht. In de taal van concepten en voorspelling en precies is dit waar het bij moderne emotiekennis en emotieregulatie en emotionele flexibiliteit om draait.

Waar Spinoza en Barrett verschillen

Toch verschillen Spinoza en Barrett (als representant van de moderne emotietheorie), en het loont de moeite dat verschil scherp te krijgen. Beiden zien een lichamelijke, deels aangeboren kant van het gevoel én een kant van betekenis. Bij geen van beiden is die betekenis een etiket dat er achteraf op wordt geplakt. Wat aangeboren is, is bij Barrett trouwens niet de emotie maar het affect, het kale prettige of onprettige gevoel. Vaste, ingebakken emoties wijst zij af. Ook bij Spinoza zit het noodzakelijke in de grondaffecten, niet in een voorraad kant-en-klare emoties. Het verschil ligt elders: in wat het gevoel zijn uiteindelijke vorm geeft.

Bij Barrett doet vooral het concept dat werk, en concepten zijn grotendeels cultureel geleerd. Daarom kan zij zeggen dat emoties van cultuur tot cultuur “echt” verschillen zoals geld echt is: geen illusie, maar een product van menselijke afspraak of traditie. Bij Spinoza draait het niet om de cultuur maar de helderheid van het idee: ben ik zelf de oorzaak van wat ik voel? De variatie in ons gevoelsleven komt bij hem niet uit de cultuur waarin ik opgroeide, maar uit hoe goed ik begrijp wat mij overkomt. Affectus volgt met noodzaak uit de menselijke natuur. (Die noodzakelijkheid, en de troost die er volgens Spinoza in schuilt, werkte ik uit in mijn blog over Spinoza, emoties en Nico Frijda.)

Betekennis geven

betekenis

De moderne emotiepsychologie als grondslag van de Cognitieve gedragstherapie is sterk geconcentreerd op het onderwerp “betekenis geven” met een nadruk op cognitief herstructureren. Spinoza ligt ietsje dichter bij de therapeutische acceptatietechnieken, zoals ACT en het stoicisme: accepteer hetgeen dat is. Toch zijn de verschillen tussen deze richtingen klein. De moderne CTG maaakt veelal ook gebruik van ACT en is zelf wederom zelf gebaseerd op de traditie van de Stoa.

Literatuur

Spinoza, B. de, Ethica (1677), vert. N. van Suchtelen. Project Gutenberg, eBook nr. 15497.

Barrett, L. F. (2017). How Emotions Are Made: The Secret Life of the Brain. Houghton Mifflin Harcourt. (Nederlandse vertaling: Hoe emoties ontstaan: het geheime leven van het brein.)

Auteur: mariatrepp

linktr.ee/mariatrepp